Close

Betrokkenheid

Voor ons zijn inwoners co-producenten van het lokale bestuur. Dat vraagt een andere houding, een andere politiek, misschien zelfs een (ietwat) andere taal. Dat vraagt een bestuur dat de BETROKKENHEID van al haar inwoners wil stimuleren.

Betrokkenheid vertrekt van waar mensen mee bezig zijn: hun kinderen, hun straat, een stukje groen in hun wijk of een stuk natuur aan de rand van hun stad, hun buren, de jeugdbeweging van hun kinderen, de school, de sportclub of een muziekgroepje. Burgerschap – en democratie – versterken betekent dan de betrokkenheid van mensen stimuleren: bij hun buurt of hun vereniging, maar vooral ook bij elkaar.
Betrokkenheid speelt in op wat bij mensen leeft en op de mogelijkheden van subpolitiek. Het prikkelt ze om zelf dingen te organiseren en ondersteunt ze daarbij. Betrokkenheid van burgers moet je als bestuurder en als overheid verdienen, iedere dag weer. Een bestuur moet betrokkenheid uitlokken. Dat kan door te luisteren naar wat leeft in de wijken en door te overleggen rond ingrepen. Maar betrokkenheid gaat over een proces; het gaat daarom veel verder dan een éénmalige informatievergadering of een inspraakmoment.

Om betrokkenheid van burgers te stimuleren, kunnen een gamma aan instrumenten gebruikt worden. Geregelde wijkdialogen en wijkoverleg zijn één instrument. Het betekent ook actief ondersteunen wanneer bewoners initiatieven willen nemen voor hun buurt of wijk, bijvoorbeeld met buurt- en wijkcontracten waarbij de overheid en de burgers samen dingen doen. Enkele gemakkelijke voorbeelden: bewoners willen geveltuinen aanleggen en het gemeentebestuur levert plantmateriaal. De bewoners houden een opkuisactie en stad zorgt voor containers en borstels.

Wijkbudgetten gaan nog een stap verder: hier wordt een deel van de besluitvorming en van de middelen gedecentraliseerd naar een wijk en nemen de bewoners een grotere verantwoordelijkheid op. Het stadsbestuur betonneert niet alles dicht met regels en, voorstellen, maar gedraagt zich als een ruimte-scheppende-overheid, die vernieuwende kaders maakt en opvolgt met open blik.
Kortom, waar mensen zich inzetten voor de gemeenschap en of voor het publieke domein, vinden we betrokkenheid. Betrokkenheid stimuleren is enthousiasmeren, ruimte scheppen voor initiatief en creativiteit, aanzetten tot solidariteit.

Betrokkenheid vertrekt niet langer vanuit een wantrouwen tegenover het beleid (of tegenover de burgers). Het vertrekt vanuit een gezamelijke betrokkenheid bij een probleem, bij een ideaal of bij het lokale bestuur. We verwachten van een bestuur dat het vertrekt van de deskundigheid, kracht en betrokkenheid van haar burgers en deze nog wil versterken. En dat ze dat confronteert met een eigen visie, zodat dialoog en debat ontstaat.

We mogen de keuze voor betrokkenheid ook niet romantiseren. Er zullen belangenconflicten en meningsverschillen blijven. Alleen is er een ander debat en een andere besluitvorming mogelijk wanneer burgers zich betrokken voelen dan wanneer ze zich als eisende of klagende consument opstellen. De politiek staat niet boven de burger, maar omgekeerd evenmin. Uiteindelijk moeten de verkozenen hun verantwoordelijkheid nemen en finaal de knopen doorhakken, soms ook tegen bewonersgroepen in. Maar daar gaat dan een uitvoerige dialoog aan vooraf en een goede communicatie achteraf.